De haas met de amberkleurige ogen WAAL, Edmund de

In De haas met de amberkleurige ogen beschrijft Edmund de Waal op meeslepende wijze de levensgeschiedenis van zijn familie en het verhaal van de netsukeverzameling in roerige oorlogstijd. Eind negentiende eeuw koopt Charles Ephrussi, een rijke graanhandelaar en kunstliefhebber, een verzameling netsukes: kleine figuurtjes van ivoor, hout en steen. De kostbare traditioneel Japanse knoopjes worden een geliefd familiebezit. Wanneer veertig jaar later de nazi’s Wenen innemen en de Joodse familie Ephrussi wordt afgevoerd, is ook het lot van de knoopjes onzeker – maar dankzij een onverwachte wending vinden de beeldjes hun weg terug naar de familie, en naar volgende generaties. ‘Prachtig geschreven. Moet je lezen.’ NRC Handelsblad ‘Een boek dat op een zeer bewonderenswaardige manier leesbaar vertelt over een zware tijd uit de geschiedenis. Een boek dat het verdient om te winnen, een ongelooflijk staaltje schrijfwerk.’ juryrapport van de Royal Society of Literature Ondaatje Prize ‘Een onopvallend meesterwerkje dat erom schreeuwt bestseller te worden. […] Het knoopjeskabinet is geweldig, [en] verdient een tweede leven.’ Maarten Moll in Het Parool ‘Het knoopjeskabinet is een urbane ontdekkingstocht, goed geschreven, grondig gedocumenteerd. [Een] illustere en dramatische familiegeschiedenis waarin het groet en kleien soepel in elkaar overlopen.’ Carel Peeters in Vrij Nederland ‘De Waal weet met verfijnde pennenstreken een boek op te tekenen dat zo rijk is aan detail dat je zou geloven dat de auteur de hele geschiedenis zelf heeft meegemaakt. Koop twee exemplaren van dit boek: hou er een zelf en geef de tweede aan een andere boekenliefhebber.’ The Economist ‘Een waanzinnig boek.’ Washington Post ‘Een boek dat je onmogelijk kunt wegleggen. Een meesterwerk.’ Sunday Times ‘Meeslepend, je gaat er helemaal in mee.’ The Times ‘Dit verhaal is een heerlijk meeslepende mengeling van kunstgeschiedenis, detectiveverhaal en memoires.’ Kirkus ‘Ik ben helemaal weg van deze weidse familiegeschiedenis van de auteur… De Waals verhaal zal fans van Irene Nèmirovsky, W G Sebald en William Fiennes aanspreken.’ The Bookseller Naast schrijver is Edmund de Waal een bekend keramist. Hij werkt als curator voor musea en doceert aan de University of Westminster. Keramiek van De Waals hand is terug te vinden in musea als het V&A en het Tate. Zijn debuut De haas met amberkleurige ogen is een veelgeprezen, internationale bestseller. Het boek won onder andere de Royal Society of Literature Ondaatje Prize en de Costa Award for Best Biography. Volg Edmund de Waal op www.edmunddewaal.com

Verkocht
5 van 5
Waardering Slecht Matig Wel ok Goed Zeer goed
Recensies (2)
" Met "De Haas met de amberkleurige ogen" schreef de Engelse keramist Edmund de Waal (Nederlandse grootvader) een monumentaal werk over de russisch-joodse familie Ephrussi waar zijn grootmoeder Elizabeth toe behoorde. De Ephrussi's werden vermogend in de handel in graan uit de Ukraine, verscheept in Odessa. Zoals de Rothschilds zich vanuit Frankfurt over Europa verspreidden (Wenen, Napels, Parijs, Londen), zwermden ook de Ephrussi's uit naar alle windstreken met als belangrijkste plaatsen van vestiging Wenen en Parijs. Zij streken daar neer juist in de periode dat deze steden zich moderniseerden (laatste kwart 19-de eeuw) met afbraak van versleten wijken, bouw van brede avenue's, theaters, concertgebouwen en raadhuizen. De Ephrussi's droegen via hun banken de nodige steentjes bij aan deze stedelijke face-lifts en bouwden voor zichzelf indrukwekkende paleizen zoals het Hôtel Ephrussi in Parijs, het Palais Ephrussi in Wenen en het Château Ephrussi de Rothschild aan de Côte d'Azur. Behalve aan de verschillende takken van de familie boden de paleizen huisvesting aan kunstverzamelingen en meubilair op het hoogste niveau. De schrijver erft van een oud-oom een verzameling "netsuke's", miniatuursnijwerkjes in ivoor of buxushout, verzameld door een parijse Ephrussi (Charles) in de 70-80-iger jaren van de 19-de eeuw tijdens de Japan hausse die over verzamelaars spoelde na de openstelling in 1853 van het tot dan toe afgesloten aziatisch eilandenrijk. De schrijver duikt diep in het Parijs van rond 1880 waar de vrijgezelle, schatrijke Charles Ephrussi contacten onderhoudt met vrijwel iedereen die er toe deed of toe ging doen : Monet, Manet, Caillebotte, Proust, Renoir, etc.. In 1899 schenkt Charles zijn verzameling van 264 snijwerkjes als huwlijkscadeau aan zijn neef Viktor in Wenen en zoals de schrijver beeldend de physieke, artistieke en sociale omgeving beschreef waarin de verzameling zich in het parijse Hôtel Ephrussi bevond, zo schildert hij ook het Palais Ephrussi aan de weense Ring en de situering van de verzameling netsuke's dáár. De schrijver kruipt dus diep onder het oppervlak van fin-de-siècle Wenen en van de familie Viktor Ephrussi, zoals hij ook deed voor het Parijs van 20-30 jaar eerder. Contact van de schrijver met de netsuke's loopt dus via zijn grootmoeder Elizabeth(Sissi) Ephrussi, oudste dochter van Viktor, die opgroeit in het paleis aan de Ring en samen met haar broer en zusje speelt met de netsuke's wanneer hun moeder door de kamenierster in de kleren wordt gehesen/geregen. De ondergang van het Habsburgse Rijk en vervolgens de Anschlusz betekenden het einde van de aanwezigheid van Ephrussi's in Wenen, indrukwekend beschreven omdat de auteur geen moeite teveel was zich in zijn hoofdfiguren en omgeving in te leven : uitgeplozen correspondenties en archieven, interviews met oog/oor/vanhorenzeggen-getuigen. Terwijl de NAZI's in 1938 het onteigende Palais Ephrussi plunderden wist kamermeisje Anna de netsuke's één voor één uit de vitrine te laten verdwijnen en te verstoppen in haar matras. Wanneer Elizabeth de Waal Ephrussi vanuit Engeland, waar zij met haar gezin inclusief vader Viktor de oorlog doorkomt, in najaar 1945 in haar ouderlijk huis in Wenen poolshoogte komt nemen, treft zij daar het hoofdkwartier van de amerikaanse bezettingsmacht én......Anna het kamermeisje dat haar de netsuke's teruggeeft. De netsuke's verhuizen vervolgens met een broer van Elizabeth naar het land van herkomst, Japan, waar de broer langdurig carrière maakt en als ongehuwd man zonder nakomelingen ten slotte de miniatuurtjes aan zijn achterneef Edmund nalaat die hun geschiedenis op ongeëvenaarde wijze leven inblaast met "De Haas met de amberkleurige ogen". "
Door: lucas bouwman Meer recensies
Schrijf zelf een recensie > en maak elke maand kans op een mooie prijs!
 
Helaas, er zijn geen exemplaren beschikbaar op dit moment.
Schrijf zelf een recensie

De haas met de amberkleurige ogen

door:

Met "De Haas met de amberkleurige ogen" schreef de Engelse keramist Edmund de Waal (Nederlandse grootvader) een monumentaal werk over de russisch-joodse familie Ephrussi waar zijn grootmoeder Elizabeth toe behoorde. De Ephrussi's werden vermogend in de handel in graan uit de Ukraine, verscheept in Odessa. Zoals de Rothschilds zich vanuit Frankfurt over Europa verspreidden (Wenen, Napels, Parijs, Londen), zwermden ook de Ephrussi's uit naar alle windstreken met als belangrijkste plaatsen van vestiging Wenen en Parijs. Zij streken daar neer juist in de periode dat deze steden zich moderniseerden (laatste kwart 19-de eeuw) met afbraak van versleten wijken, bouw van brede avenue's, theaters, concertgebouwen en raadhuizen. De Ephrussi's droegen via hun banken de nodige steentjes bij aan deze stedelijke face-lifts en bouwden voor zichzelf indrukwekkende paleizen zoals het Hôtel Ephrussi in Parijs, het Palais Ephrussi in Wenen en het Château Ephrussi de Rothschild aan de Côte d'Azur. Behalve aan de verschillende takken van de familie boden de paleizen huisvesting aan kunstverzamelingen en meubilair op het hoogste niveau. De schrijver erft van een oud-oom een verzameling "netsuke's", miniatuursnijwerkjes in ivoor of buxushout, verzameld door een parijse Ephrussi (Charles) in de 70-80-iger jaren van de 19-de eeuw tijdens de Japan hausse die over verzamelaars spoelde na de openstelling in 1853 van het tot dan toe afgesloten aziatisch eilandenrijk. De schrijver duikt diep in het Parijs van rond 1880 waar de vrijgezelle, schatrijke Charles Ephrussi contacten onderhoudt met vrijwel iedereen die er toe deed of toe ging doen : Monet, Manet, Caillebotte, Proust, Renoir, etc.. In 1899 schenkt Charles zijn verzameling van 264 snijwerkjes als huwlijkscadeau aan zijn neef Viktor in Wenen en zoals de schrijver beeldend de physieke, artistieke en sociale omgeving beschreef waarin de verzameling zich in het parijse Hôtel Ephrussi bevond, zo schildert hij ook het Palais Ephrussi aan de weense Ring en de situering van de verzameling netsuke's dáár. De schrijver kruipt dus diep onder het oppervlak van fin-de-siècle Wenen en van de familie Viktor Ephrussi, zoals hij ook deed voor het Parijs van 20-30 jaar eerder. Contact van de schrijver met de netsuke's loopt dus via zijn grootmoeder Elizabeth(Sissi) Ephrussi, oudste dochter van Viktor, die opgroeit in het paleis aan de Ring en samen met haar broer en zusje speelt met de netsuke's wanneer hun moeder door de kamenierster in de kleren wordt gehesen/geregen. De ondergang van het Habsburgse Rijk en vervolgens de Anschlusz betekenden het einde van de aanwezigheid van Ephrussi's in Wenen, indrukwekend beschreven omdat de auteur geen moeite teveel was zich in zijn hoofdfiguren en omgeving in te leven : uitgeplozen correspondenties en archieven, interviews met oog/oor/vanhorenzeggen-getuigen. Terwijl de NAZI's in 1938 het onteigende Palais Ephrussi plunderden wist kamermeisje Anna de netsuke's één voor één uit de vitrine te laten verdwijnen en te verstoppen in haar matras. Wanneer Elizabeth de Waal Ephrussi vanuit Engeland, waar zij met haar gezin inclusief vader Viktor de oorlog doorkomt, in najaar 1945 in haar ouderlijk huis in Wenen poolshoogte komt nemen, treft zij daar het hoofdkwartier van de amerikaanse bezettingsmacht én......Anna het kamermeisje dat haar de netsuke's teruggeeft. De netsuke's verhuizen vervolgens met een broer van Elizabeth naar het land van herkomst, Japan, waar de broer langdurig carrière maakt en als ongehuwd man zonder nakomelingen ten slotte de miniatuurtjes aan zijn achterneef Edmund nalaat die hun geschiedenis op ongeëvenaarde wijze leven inblaast met "De Haas met de amberkleurige ogen".

De haas met de amberkleurige ogen

door:
Waardering Slecht Matig Wel ok Goed Zeer goed

een boek voor de lezer met drie armen: eentje om het boek vast te houden, eentje om ondertussen op het internet nog mŽŽr info te zoeken en eentje om tegelijk een reis te boeken naar Wenen, Parijs, Odessa en Londen.